de opening van het academiejaar

Toen ik naar huis wandelde passeerde ik de aula alwaar een hoopje mensen zich verzameld had. Bedoeling is (denk ik) dat de rector en de decanen hun plechtige intrede maken via het straat. Enkele bedenkingen:

- Sommige eerste jaars zouden best nog een paar jaartjes in hun middelbare school vertoeven. Liefst ingemetseld in de fundamenten ervan.

- Zoals altijd was de nsv weer trouw op post. Ze hielden een papiertje vast met daarop “achtung, verboden te denken”. Jaja, achtung, maar let wel, ze willen niét geassocieerd worden met duitsers, of nazi’s. Goh, ze hebben misschien wel een punt dat de universiteit helemaal niet zo neutraal is. Zeker in de letteren en wijsbegeertje kan je de communistische smurrie van de muren schrapen. In ieder geval, zolang ze neuten over vrijheid van meningsuiting, neuten ze niet over hun mening.

Maar in de geest van de vrije meningsuiting: nsv’ers zijn lelijk. Ze zijn allemaal bleek en hebben zo uitgedund bruin haar. Het lijkt wel alsof ze allemaal kindjes zijn van een sadistische moeder die, toen hun schedeltjes nog week en kneedbaar waren, die in de vorm duwde van de porseleinen trollen op haar schouw. Dat brengt je dan bij een ander interessant vraagstuk: ben je lelijk en word je daardoor lid van het nsv (iets in de trent van gepeste kindjes die later andere kindjes in vuilnisbakken steken) of ben je neutraal en heeft de nsv een foute dresscode? In ieder geval restylen die handel!

- Een fotograaf richtte zijn fototoestel richting de nsv’ers. De trollen poseerde direct met een stoere blik en hun papiertje mooi vasthoudend. In plaats van een foto te trekken van hun richtte de fotograaf vlug zijn fototoestel op een zuil en trok daar een foto van. De sloeber.

- Als het academiejaar vandaag geopend werd, waarom ga ik dan gvd al een week naar de lessen.

- Die rector, die decanen en die proffen, dat zijn allemaal zeer oude mensen. Achteraan de stoet liepen (denk ik) de gepensioneerde decanen. Mooi om te zien was zo’n heel oud proffenkoppel, zeker 80jaar maar hand in hand en hij hielp haar van een trapje. Voor de rest viel het op dat er maar zéér weinig vrouwen waren: van de 50 telde ik maar twee vrouwen.

Plaats een reactie