Je kon het al lezen hier. Het brandde in de kongostraat. Meteen de première van het huisje op het wijde web.
Het was een helse ervaring: ik hoorde iets knetteren en deed het gordijn open op de vierde verdieping. Zo vlammen zien voor je ruit is niet echt een leuk gevoel. In ware commandostijl spurtte ik naar beneden, het gezelschap meesleurend. Zo werd ook mijn goed bewaard geheim onthuld: als ik een dagje niet uit het huis moet, geniet ik er best van om een dag in pyama rond te lopen. Resultaat: -3 graden en ik sta in mijn kousen op het straat.
De brandweer riep dat we moesten weggaan. Gelukkig riepen de overburen ons binnen. Tien minuten lang was ik overtuigd dat al mijn gerief in de vlammen zou opgaan, maar na een tijdje kalmeerde het vuur enigszins. De kleutertjes van de overburen hebben nu tenminste een gekleurd basisvocabulaire qua vloeken. Ik leende kleren en schoenen van de overbuur en belde versterking voor een deftige broek. Toen ik buitenkwam uit het huis van de overburen, riep er direct een flik dat we weg moesten uit de straat. Weer vijf minuten paniek over de eventuele vernietiging van mijn miskende meesterwerk, de thesis. De brandweer was er ook van overtuigd dat er nog mensen aanwezig waren hier in het huis. Drie keer bonsden ze op de deur en ik hoorde er ééntje zeggen dat ze niet aan de deur mochten bellen wegens… ontploffingsgevaar.
Het grootste probleem was dat de brandweer niet kon zeggen wanneer we terug in onze huizen zouden mogen. Ze konden zelfs niet zeggen of het nog die nacht zou zijn. Het oorspronkelijke plan om andere oorden op te zoeken werd vlug achterwege gelaten vermits ik het wel wou weten vanaf er nieuws was. Op straat staan dus: kijkend naar de brandweer die water spuit op een dak dat alleen nog met spinnenwebben aan elkaar hangt.
Toen we eindelijk terug binnen mochten, bouwde de politie de spanning nog op met de vraag om de schade te melden. Ook een wijze les: bij een brand je gaan melden bij de politie en/of brandweer. Toen ik het huisnummer vermeldde werd er immers geschreeuwd dat ze de mevrouw van nummer XX gevonden hadden. Les nummer 2: licht uitdoen voor je naar buiten spurt.
Eind goed, al goed: buiten stank geen schade. Vier huizen beschadigd, waaronder de buurman voor 10 000 met wie een dak gedeeld wordt.
Het blijft wel vreselijk natuurlijk: twee jonge brave mensen die een huis kopen en het vervolgens verbouwen. Zelfs de gevel valt waarschijnlijk niet meer te redden. Gelukkig lijkt het alsof ze wel een goede band hebben met familie en vrienden: dus ze zullen wel een aantal opties hebben. Ze moeten me trouwens nog een carwash betalen, maar dat zal ik wel met de mantel der liefde bedekken
.
Goh ja, leuk weetje: om de hoek was er een buurtfeest bezig, met grote kampvuren en luisterend naar de lyrische naam “in de fik”.




